Een hand vol aarde. Vieze knieën na het buitenspelen. Water waarin met takjes wordt geroerd. Een moestuin waarin kinderen zaaien, wieden en oogsten. Voor kinderen zijn het vooral uitnodigingen om te ontdekken en te spelen. Maar al die natuurervaringen brengen nog iets anders met zich mee: contact met een enorme verscheidenheid aan micro-organismen.
Dat klinkt misschien een beetje vies. Maar niet alle bacteriën zijn slecht. Ons lichaam leeft juist samen met miljarden micro-organismen. Ze zitten bijvoorbeeld op onze huid en in onze darmen. Samen noemen we dit onze microbiota.
Wetenschappers ontdekken steeds meer over de relatie tussen deze micro-organismen en ons immuunsysteem. Vooral in de eerste levensjaren gebeurt er veel. Het immuunsysteem is dan nog volop in ontwikkeling. Contact met verschillende micro-organismen lijkt daarbij een rol te spelen.
En dat maakt een groene speelomgeving ineens extra interessant.
Wat gebeurt er als kinderen meer natuur om zich heen krijgen?
Een bekend onderzoek uit Finland laat mooi zien waar wetenschappers naar kijken.
Onderzoekers volgden 75 kinderen van 3 tot 5 jaar op verschillende kinderdagverblijven. Sommige kinderen speelden op een gewone, stedelijke speelplaats. Andere kinderen kregen een speelomgeving met veel meer natuur. De onderzoekers voegden onder andere bosbodem, gras en planten toe.
De kinderen speelden daar ongeveer een uur en een half per dag.
Na 28 dagen namen de onderzoekers opnieuw monsters af. Ze keken onder andere naar de bacteriën op de huid en naar bepaalde kenmerken van het immuunsysteem.
Wat zagen ze?
Bij de kinderen die in de groenere omgeving speelden, veranderde de samenstelling van de micro-organismen op hun huid. Ook zagen de onderzoekers veranderingen in bepaalde stoffen en afweercellen die te maken hebben met de regulatie van het immuunsysteem.
Dat is interessant, maar het vraagt wel om een belangrijke kanttekening.
De onderzoekers hebben niet bewezen dat kinderen door spelen in de natuur minder vaak ziek worden. Ook is niet aangetoond dat een groene speelplaats allergieën of andere ziekten voorkomt. Daarvoor is meer onderzoek nodig.
Wat het onderzoek wel laat zien, is dat een natuurrijke omgeving invloed kan hebben op de micro-organismen waarmee kinderen in contact komen. En dat dit mogelijk samenhangt met de manier waarop hun immuunsysteem zich ontwikkelt en regelt.
Een beetje vies is niet meteen slecht
Misschien kennen we allemaal wel zo’n moment.
Een kind zit heerlijk met zijn handen in de aarde. Vervolgens gaat diezelfde hand naar de mond.
De eerste reactie kan zijn: “Bah, niet doen!”
Maar misschien kunnen we soms ook even kijken wat er gebeurt.
Kinderen komen buiten nu eenmaal in contact met allerlei micro-organismen. Dat is normaal. Ons immuunsysteem is juist gemaakt om met onze omgeving om te gaan.
Dat betekent natuurlijk niet dat kinderen overal aan moeten likken of dat hygiëne niet belangrijk is. Handen wassen na een bezoek aan het toilet en voor het eten blijft bijvoorbeeld gewoon verstandig. Ook moeten we opletten met vervuild water, giftige planten of andere risico’s.
Het gaat om iets anders: we hoeven natuur niet schoon en steriel te maken.
Een beetje aarde aan je handen hoort bij buiten spelen.
De natuur als levende speelplek
Een groene buitenruimte doet nog iets anders. Het geeft kinderen veel meer mogelijkheden om te ontdekken.
Een tegel is gewoon een tegel.
Maar een stukje grond kan van alles zijn.
Er zitten misschien wormen in. Of kleine kevertjes. Er groeien planten. Er liggen bladeren die langzaam veranderen. Na een regenbui ontstaat er een plas. En in de zomer komen er misschien vlinders en bijen.
Voor een kind is dat één grote ontdekkingswereld.
“Wat zit er onder deze steen?”
“Waarom is deze aarde nat?”
“Waar komt die worm vandaan?”
“Kunnen we deze zaadjes planten?”
“Wanneer kunnen we de aardbeien eten?”
Natuur nodigt uit tot kijken, voelen, ruiken, bewegen en onderzoeken. En kinderen hoeven daarvoor helemaal geen les te krijgen. Ze gaan vanzelf op ontdekkingstocht.
De moestuin: klein beginnen, groot effect
Je hebt daarvoor geen enorm speelbos nodig. Een kleine moestuin kan al een mooie eerste stap zijn.
Zet bijvoorbeeld een paar bakken neer en laat kinderen zelf kiezen wat ze willen planten. Radijsjes, aardbeien, kruiden, tomaten of bloemen zijn leuk om samen te verzorgen.
Kinderen kunnen:
- aarde in een bak doen;
- zaadjes planten;
- water geven;
- kijken wat er groeit;
- insecten ontdekken;
- ruiken aan kruiden;
- groenten oogsten;
- en natuurlijk proeven wat ze zelf hebben gekweekt.
Zo wordt de moestuin onderdeel van het dagelijkse leven.
En juist dat is zo waardevol. Natuur hoeft geen activiteit van een half uur te zijn die één keer per week op het programma staat. Het kan gewoon onderdeel worden van de dag.
Biodiversiteit: hoe meer variatie, hoe interessanter
Bij natuur gaat het niet alleen om groen. Een grasveld met één soort gras is iets anders dan een tuin met verschillende planten, bloemen, struiken, bomen en een levende bodem.
Wetenschappers noemen de grote verscheidenheid aan leven biodiversiteit.
Juist die variatie is interessant als we kijken naar de biodiversiteitshypothese. Deze hypothese gaat ervan uit dat regelmatig contact met een grote verscheidenheid aan natuurlijke micro-organismen mogelijk helpt bij de ontwikkeling en regulatie van het immuunsysteem.
Het idee is dus niet: hoe viezer, hoe beter.
Het gaat om: hoe rijker en gevarieerder de natuurlijke omgeving, hoe meer verschillende micro-organismen een kind kan tegenkomen.
Onderzoek naar de ontwikkeling van het immuunsysteem laat zien dat de microbiota en het immuunsysteem elkaar al vanaf jonge leeftijd beïnvloeden. De omgeving waarin een kind opgroeit is daarbij één van de factoren die een rol spelen.
Wat kunnen pedagogisch professionals doen?
Het mooie is dat je niet meteen een grote verbouwing hoeft te organiseren om kinderen meer natuur te laten ervaren. Kijk eens met andere ogen naar de buitenruimte. Is er een stukje aarde waar kinderen mogen graven? Zijn er verschillende planten, bloemen en struiken? Is er ruimte voor insecten? En kunnen kinderen spelen met natuurlijke materialen, zoals takken, bladeren, stenen en zand?
Ook een paar vierkante meter kan al veranderen in een kleine ontdekplek. Denk aan een hoekje met aarde waarin kinderen kunnen wroeten, een bak met kruiden of een paar fruitplanten die ze zelf verzorgen. Een boomstam kan een zitplek worden, maar ook een plek om overheen te klimmen of kleine beestjes onder te zoeken. En misschien hoeft niet ieder gevallen blad meteen te worden opgeruimd. Juist tussen bladeren en takjes valt van alles te ontdekken.
Zo wordt natuur steeds meer onderdeel van de dagelijkse omgeving. Kinderen geven de plantjes water, kijken hoe een zaadje uitgroeit tot een plant en ontdekken ineens een worm in de aarde. Het zijn eenvoudige momenten, maar ze zorgen ervoor dat kinderen op een vanzelfsprekende manier in contact komen met de natuur.
Ook ouders kunnen klein beginnen
Hetzelfde geldt thuis. Een tuin hoeft geen perfect aangelegde plek te zijn. Een paar tegels eruit en een plant erin kan al zorgen voor meer groen. Op een balkon kun je kruiden of bloemen kweken. En natuurlijk hoeft natuur niet altijd in de eigen tuin te zijn. Samen naar het park, bos of water gaan biedt kinderen volop kansen om te kijken, voelen, ontdekken en spelen.
Misschien is het daarbij goed om kinderen wat meer vrijheid te geven. Niet alles hoeft schoon en netjes te blijven. Een beetje modder hoort bij buiten spelen. Een natte broek na het spelen in de regen is vervelend, maar ook een teken dat een kind volop op ontdekking is geweest.
En niet ieder blaadje, takje of steentje hoeft meteen opgeruimd te worden. Soms is het juist interessant om even te kijken wat er gebeurt als we de natuur haar gang laten gaan.
Want hoe meer ruimte we kinderen geven om de natuur te ontdekken, hoe vanzelfsprekender natuur onderdeel wordt van hun dagelijks leven.
Dus: haal die moestuinbak tevoorschijn. Zaai wat zaadjes. Geef kinderen een stukje aarde om in te wroeten.
En als er straks een beetje modder op de knieën zit?
Dan is dat misschien helemaal niet zo erg.
Bronnen
- Roslund, M. I. et al. (2020). Biodiversity intervention enhances immune regulation and health-associated commensal microbiota among daycare children. Science Advances, 6(42).
- Roslund, M. I. et al. (2021). Long-term biodiversity intervention shapes health-associated commensal microbiota among urban day-care children. Environment International, 157.
- Donald, K. & Finlay, B. B. (2023). Early-life interactions between the microbiota and immune system: impact on immune system development and atopic disease. Nature Reviews Immunology, 23, 735–748.