Geboortejaar 1973: muziek, crisis en een autoloze zondag
Ik ben geboren in het jaar 1973. Het jaar van de Rolling Stones en Demis Rousos. Het jaar waarin ABBA net als band begon. Tijdloze nummers waar ik nu nog graag naar luister. Maar ook het jaar waarin de eerste oliecrisis zich bevond, en er een brandstof tekort was, met als gevolg een autoloze zondag.
Straatspelen en boskinderen
Als kind waren we veel buiten. Op straat werd er gevoetbald of we deden onze rolschaatsen aan. Ik woonde in een straat waar niet veel auto’s reden. Een rustig dorpje met veel groen. We gingen knikkeren op het veldje voor ons huis, elastieken en touwtje springen of kantje butsen ( stoepranden noemde we dat). Ook hadden we een bos in de buurt waar we kuilen graafden, hutten bouwden en van PVC-pijpen een pijltjesgeweer maakten ( de pijlen maakten we van oude telefoonboeken, zo oud ben ik dus al ). We liepen zelf naar dat stukje bos. We werden niet door onze ouders met de auto of bakfiets erheen gebracht. Ouders gingen ook niet mee, ze zagen ons wel weer verschijnen als het tijd was om te eten. Ik snap dat we nu in een andere tijd leven, en dit niet meer vanzelfsprekend is.
Een bos zonder regels: echte scharrelkinderen
In dat stukje bos waren geen regels. Je hoefden niet op de paden te blijven, je mocht er graven en in bomen klimmen was ook toegestaan. We speelden in de natuur en waren er een onderdeel van. We waren echte scharrelkinderen.
Van kabouterroutes naar uitdagende natuur
Hoe anders is dat nu. We leven in een land, waar regelgeving ervoor zorgt dat iedereen met elkaar kan leven op dit kleine stukje aarde. Toen ik met onze zoon naar natuurspeelplekken ging, waren dat de kabouterpaden, een wandeling in het bos, keurig de aangewezen route volgen. Afwijken van het pad is niet toegestaan. Begrijpelijk, want als we met zijn allen door het bos struinen kan dat enorme gevolgen hebben voor de toch al kwetsbare natuur. Ook het speelveldje voor onze deur is geen uitdagende buitenruimte. Een glijbaan, schommel, speelzand en twee voetbalgoals. Maar daardoor raken onze kinderen belangrijke ontwikkelingsaspecten kwijt. Want hoe weet je waar je grens is, als je grens bij voorbaat al wordt afgebakend. Een kind wat in een boom klimt leert tot hoever hij kan gaan. Een baby die over verschillende ondergronden mag kruipen voelt het verschil in hun lijf. Een dreumes die over een boomstam wil lopen, zal leren wat het begrip evenwicht is. En ja, misschien valt hij wel een keertje er af, maar groot worden gaat met vallen en opstaan. Welk kind zie je nog met een zakmes een tak bewerken om er een mooie wandelstok van te maken. Of een hut bouwen en er een hele middag spannende avonturen beleven. Je ziet het ook in de diverse binnenspeeltuinen die sinds een aantal jaar door heel Nederland opdoemen. Krijspaleizen noem ik ze. Kinderen kunnen er klimmen en klauteren, de kans op vallen wordt beperkt door alle veiligheidseisen en de ouders zitten aan de kant met een lekkere kop koffie.
Wetenschap onderbouwt het belang van natuur
In het boek ” Het laatste kind in het bos” van Richard Louv wordt beschreven hoe belangrijk het is voor het algemeen welzijn van kinderen dat kinderen veel in contact komen met natuur. Zowel voor de lichamelijke als geestelijke gezondheid. Kinderen die in een natuurarme omgeving opgroeien, zullen weinig respect voor de natuur op kunnen brengen. Kinderen die weinig buiten komen en veel achter een scherm zitten, hebben mogelijk kans om op latere leeftijd obesitas te ontwikkelen. Ook de hoeveelheid prikkels die een kind nu elke dag via allerlei kanalen binnenkrijgt is overweldigend. Michael Gurian, gezinstherapeut en schrijver van het boek The Good Son en The Wonder of Boys geeft aan dat onze hersenen gemaakt zijn voor een agrarisch, op de natuur gericht bestaan, zoals de mens duizenden jaren heeft geleefd. Ook in het boek “Goed vies, het nieuwe gezond” geeft Dr. Maya Shetreat-Klein aan dat kinderen die op een natuurlijke schoolplein spelen, zich beter kunnen concentreren en op cognitief en lichamelijk niveau beter presteren.
Een oproep aan Pedagogische Professionals
Het is daarom van belang dat kinderdagverblijven eens kritisch naar hun buitenruimte gaan kijken. Hoe ziet onze buitenruimte eruit? Waar kunnen en mogen kinderen “scharrelen”? Zijn er voldoende uitdagende plekken waar kinderen ongestoord kunnen spelen? Verstopplekjes of plekken waar ze mogen graven? Wat kan ik toevoegen aan natuurlijke materialen ( loose parts ) die een open end hebben? Mogen kinderen bij ons vies worden? Of vind je het misschien wel teveel gedoe? Want als peuters eenmaal zand en water hebben ontdekt, betekent het dat je als pedagogische professional de kinderen nadien moet omkleden. En wat doe je met de kleine baby of dreumes? Neem je die ook mee naar buiten? Welke regelgeving is er vanuit de gemeente waar we rekening mee moeten houden? Is er een moestuin waar kinderen mee mogen helpen? Voldoende vragen om als team mee aan de slag te gaan. Maar als je eenmaal de omslag heb gemaakt, weet ik zeker dat het je als dagverblijf zoveel oplevert. Want niets is mooier om jullie kinderen te zien veranderen in echte scharrelkinderen.
Bronnen:
- Het laatste kind in het bos- Richard Louv ( 2005)
- Goed vies, het nieuwe gezond- Dr. Maya Shetreat-Klein ( 2016)
1 gedachte over “Van Scharrelkinderen tot Krijspaleizen: Waarom vrij spelen in de natuur verdween”
Goed artikel en heel goed advies.